Een feminisme dat niet weet wat een vrouw is, kan niet effectief opkomen voor vrouwenrechten
Op 16 april 2025 bevestigde het Britse Supreme Court wat velen al wisten maar niet meer hardop durfden zeggen: de vrouw bestaat als biologische realiteit. In een historische uitspraak oordeelde het hoogste gerechtshof dat het beschermde kenmerk van sekse - mannelijk en vrouwelijk - verwijst naar de biologische werkelijkheid.
Deze juridische erkenning komt juist op het moment dat ze het hardst nodig is, want nooit eerder in de geschiedenis hebben feministen, politici en transhumanisten zich verenigd om de geslachtsidentiteit van de mens via politieke strategieën, taal en wetgeving te veranderen. Dit gebeurt onder de noemer 'gendermainstreaming' -- het idee dat niet alleen genderdysfore mensen maar iedereen wordt geboren met een 'genderidentiteit'. Gendermainstreaming schept een nieuw norm die geen ruimte laat voor ouderwetse definities van mannen en vrouwen. De belangrijkste claim is deze: het biologisch geslacht van de mens heeft geen betekenis voor zijn identiteit. Integendeel: Het is de dictatuur van de natuur boven de vrije zelfdefinitie van de mens. Gelukkig kunnen we ons van die natuur bevrijden.
We verkeren in een vreemde situatie: We redden de aarde, de natuur en de ongeschonden leefomgeving van elke boom en elke salamander, maar we negeren het onschendbare ecosysteem van de mens. We verketteren genetisch gemanipuleerde tomaten, genetisch gemodificeerde maïs en hormoonsporen in het drinkwater, terwijl we tegelijkertijd aan de hormonale huishouding van jonge menselijke lichamen knutselen. Alsof voor genderdysfore jongeren andere wetten gelden. Verminderde hersenontwikkeling, beperkt seksueel functioneren, onvruchtbaarheid, chronische pijn en levenslange medicijnafhankelijkheid? "Mind is deeper than matter" zeggen we. En terwijl we de ongereptheid van de natuur buiten ons verheerlijken, zijn we bereid om natuurlijke processen in jonge gezonde lichamen diepgaand te verstoren in naam van 'transgenderzorg'.
In naam van dezelfde vooruitgang worden wereldwijd, met draagmoederschap als toetssteen, ethisch-morele grenzen van de beschaafde wereld afgebroken. Maar juist hier moeten we erkennen: de vrouw bestaat wél. Draagmoederschap is een vorm van mensenhandel waarbij vrouwen niet langer worden gezien als personen of moeders, maar gereduceerd tot functionele baarmoeders. En terwijl liberale feministen ooit het wereldwijde patriarchaat aanklaagden vrouwen in het gezin tot broedmachines te degraderen, blijven ze opvallend stil nu de moderne voortplantingsindustrie dit wérkelijk in de praktijk brengt en vrouwen in de sloppenwijken van de derde wereld, Oekraïne en Georgië, schaamteloos uitbuit. Zonder erkenning dat "de vrouw bestaat" als biologische realiteit, ontbreekt ons de taal om deze nieuwe vorm van vrouwenhandel te benoemen.
De veranderende taal rondom vrouwelijke voortplanting, waarbij geslachtsspecifieke termen worden vervangen door zogenaamd "inclusieve" taal, bewijst de controversiële positie waarin vrouwen zich bevinden. Terwijl vrouwen nog dagelijks te maken hebben met reële uitdagingen zoals seksueel geweld, dubbele zorgtaken en discriminatie op de werkvloer, wordt het steeds moeilijker om over deze specifieke vrouwelijke ervaringen te spreken. Onderzoek laat zien dat deze taalverandering—of het nu gaat om globaliserende termen ("mensen" in plaats van "vrouwen"), biologische omschrijvingen ("menstrueerders"), of neologismen als “chestfeeders” slecht wordt begrepen en slecht worden geaccepteerd. Het creëert vooral verwarring, vooral bij mensen met lage gezondheids- en taalvaardigheden, en staat haaks op het doel om effectieve, doelgroepgerichte communicatie te hanteren.
Dit alles heeft grote gevolgen, juist op gebieden waar erkenning van sekseverschillen essentieel is voor gelijkwaardige behandeling. Denk aan de medische zorg, waar vrouwen jarenlang hebben gestreden voor erkenning van sekseverschillen in diagnose en behandeling. Of neem sportcompetities, waar biologische mannen nu in vrouwencategorieën kunnen deelnemen, waardoor vrouwen records, prijzengeld en studiebeurzen mislopen die decennialang door hen bevochten zijn. De ontkenning van biologische realiteit ondermijnt direct de kansen en veiligheid van vrouwen.
Wereldwijd neemt dan ook de maatschappelijke discussie over genderidentiteit in intensiteit toe, maar in Nederland blijft het stil. Baanbrekende boeken over dit thema (bijv. van Helen Joyce, Julie Bindel, Kathleen Stock, Mary Harrington, Lisa Littmann, Holy Lawford-smith) worden in Nederland niet of nauwelijks besproken en recensies worden geweerd. Kritiek op zelfidentificatie is taboe. Vrijwel iedereen doet aan zelfcensuur. Genderbevestiging is de norm geworden in het onderwijs, de media en in alle andere maatschappelijke geledingen.
Een nieuwe generatie feministen meent dan ook dat opnieuw moet worden doordacht hoe we recht kunnen do
en aan echte vrouwenlevens. Sommigen noemen het ‘reactionair feminisme’, anderen ‘radicaal feminisme’, ‘genderkritisch feminisme’ of ‘materialistisch feminisme’. Wat al deze verschillende benaderingen gemeen hebben is dat ze uiterst kritisch staan tegenover het woord 'gender' en dat ze de op sekse gebaseerde rechten van vrouwen verdedigen tegenover 'gendermainstreaming' dat het 'geslachtsloze' individu als vrijheidsideaal voor iedereen centraal stelt.
Dit betekent niet een terugkeer naar simplistische stereotypes. Mannen en vrouwen zijn verschillend, maar geen simpele tegengestelden; 'mannelijk' en 'vrouwelijk' zijn in de eerste plaats mogelijkheden in ieder mens. De gevoelige jongen die liever boeken leest dan voetbalt, is nog steeds een jongen. Het meisje dat liever in bomen klimt dan met poppen speelt is nog steeds gewoon een meisje. De duizelingwekkende toename van meisjes die zich als non-binair of trans identificeren roept echter wel de vraag op of we jongeren inmiddels niet aanmoedigen om hun lichaam aan te (laten) passen aan hun zelfbeeld, in plaats leren hun unieke persoonlijkheid te omarmen binnen de realiteit van hun sekse.
De paradox waar het hedendaagse feminisme mee worstelt is deze: hoe kan het enerzijds leunen op het idee van 'de vrouw' als betekenisvolle categorie, terwijl het tegelijkertijd volhoudt dat die categorie alleen een 'sociale constructie' is? Om uit deze knoop te komen, omarmden feministische denkers het idee dat 'vrouw' slechts een taalkundig label is zonder wezenlijke betekenis. Maar dit talige trucje biedt weinig houvast in het verzet tegen de huidige aanval op de wereld van vrouwen en kinderen. Alleen een terugkeer naar het realisme -- het erkennen dat 'vrouw' en 'man' verwijst naar een biologische werkelijkheid -- kan een stevige definitie opleveren waarop een effectief feminisme kan worden gebouwd. Of simpeler gezegd: we hebben jarenlang volgehouden dat 'vrouw-zijn' een sociale constructie is, maar nu we niet eens meer kunnen definiëren wat een vrouw is, missen we plotseling dat 'verzonnen' fundament waarop we onze strijd hadden gebouwd. Het is tijd om de materiële werkelijkheid van vrouwenlichamen weer centraal te stellen.
Het feminisme heeft een serieuze realiteitscheck nodig. Om haar naam waardig te zijn en werkelijk bij te dragen aan het welzijn van vrouwen, moet het haar afwijzing van verschillen tussen de seksen loslaten. Een beweging die niet eens kan definiëren wat een vrouw is, kan onmogelijk effectief opkomen voor vrouwenrechten. Het feminisme dat de biologische realiteit ontkent, verraadt de miljoenen vrouwen en meisjes wereldwijd die dagelijks geconfronteerd worden met seksisme, geweld en onderdrukking juist omdát ze vrouw zijn.
De uitspraak van het Britse Supreme Court op 16 april 2025 is daarom meer dan een juridische voetnoot. Het is een belangrijk signaal dat de werkelijkheid zich niet eindeloos laat ontkennen. De erkenning dat "de vrouw bestaat" als biologische categorie vormt het fundament voor effectieve bescherming en gelijkwaardige behandeling. Niet als een stap terug, maar als een noodzakelijke voorwaarde voor echte vooruitgang
Lees het artikel hier